In deze rubriek schrijf ik een aantal keer per maand over een belangrijke of opvallende gebeurtenis uit de sportgeschiedenis. Vandaag: de uitschakeling van Ajax in de Champions League, seizoen 2002-2003.
PSV werd zondag voor de vierde keer op rij kampioen en plaatste zich rechtstreeks voor de Champions League. Het toernooi waar Ajax, áls ze het hoofdtoernooi al bereiken, al jaren geen potten kan breken. Het seizoen 2002-2003 was een uitzondering; de Amsterdammers strandden in de kwartfinale in San Siro, vandaag precies 5 jaar geleden.
Trainer Ronald Koeman had destijds een uitstekend elftal, met spelers als Zlatan, Hatem Trabelsi, Christian Chivu en Wesley Sneijder. Een seizoen eerder had het team de dubbel gewonnen. Voor de eerste groepsfase werd Ajax gekoppeld aan Olympique Lyon, Rosenborg en Internazionale. Poulewinnaar Inter was twee keer te sterk, maar tegen de andere clubs bleef Ajax ongeslagen. De Amsterdammers eindigden net als Lyon op acht punten en mochten op basis van onderling resultaat door naar de tweede pouleronde.
De loting voor die tweede ronde was loodzwaar. Ajax moest het opnemen tegen AS Roma, Arsenal en Valencia. De Romeinen hadden in de eerste poule slechts drie keer gescoord, maar plaatsten zich ten koste van Genk en AEK Athene. Arsenal, regerend landskampioen in Engeland, had in Eindhoven PSV met 4-0 van de mat geveegd. Ook Valencia was regerend kampioen in eigen land. De Spanjaarden hadden in de eerste groepsfase zestien van de maximaal achttien punten gehaald. Alleen FC Basel haalde een punt tegen de Spaanse nummer 1. Ajax verbaasde heel Europa door tweede te worden in deze poule, vóór Arsenal en AS Roma.
In de kwartfinale moest Koeman het met zijn jonge team opnemen tegen AC Milan. De zuinige Rossoneri waren al na vier poulewedstrijden verzekerd van een plek in de kwartfinale door vier maal met 1-0 te winnen. Milan werd groepswinnaar, ook al werden de laatste twee wedstrijden verloren van Real Madrid en Dortmund.
Het eerste duel, in de Amsterdam ArenA, eindigde in 0-0. In Milaan maakte Ajax dus een goede kans om de
halve finale van het kampioenentoernooi te bereiken. Met het nodige geluk kwam Milan twee keer op voorsprong, maar na doelpunten van Jari Litmanen en Steven Pienaar leek Ajax het te gaan halen. Uit pure wanhoop wisselde Carlo Ancelotti drie Rossoneri. De blessuretijd was nog niet ingegaan, of het ging mis. Bij een lange bal vanaf de middenlijn glijdt Christian Chivu onderuit, waardoor Pipo Inzaghi uit zijn rug kan lopen. De Italiaan lobt de bal over Lobont en denkt te scoren, maar invaller en oud-Feyenoorder (!) Jon Dahl Tomasson geeft de bal het laatste zetje: 3-2.
Precies vijf jaar na dato is er van het succesvolle elftal niets meer over. Ajax wist zich de laatste twee jaar niet eens te plaatsen, en het is de vraag of de Amsterdammers volgend jaar wél weer van de partij zijn. Hopelijk kan Marco van Basten van Ajax weer een Europese topclub maken.
» Video: Ajax in de Champions League, 2002-2003

… en die twee keer dat Ajax scoorde was ik juist even naar toilet. Ik ga sindsdien nooooit meer naar toilet tijdens een match!